LUDWIG VAN BEETHOVEN

ZIJN LEVEN


Ludwig van Beethoven was de zoon van de Rijnlandse zanger Johann van Beethoven en zijn echtgenote Magdelena Keverich.
Zijn grootvader Lodewijk van Beethoven kwam waarschijnlijk uit de omgeving van Haacht (tussen Mechelen en Leuven). Deze afkomst verklaart het Nederlandse voorvoegsel van in zijn naam. Hij verhuisde in 1733 naar Bonn, waar hij naast zijn job als hofmusicus en kapelmeester bij de keurvorst-aartsbisschop tevens een wijnhandel voerde.
Vader Johann was tenorzanger bij dezelfde werkgever en als zakenman in de wijnzaak een slecht opvolger. Bovendien dronk hij wat meer dan goed voor hem en de zijnen was, en trouwde te arm en te jong. Ouders van Ludwig van Beethoven
Zijn moeder noemde Ludwig van Beethoven ooit zijn "beste vriendin"; ze was zachtzinnig maar ook zwartgallig.
Binnenplaat van Beethovens geboortehuis, Bonn
In november 1767 trokken de pasgetrouden in de tuinvleugel van het huis aan de Bonngasse 20. Op de begane grond was de keuken en een nuts ruimte, daar beneden was een kelder. De familie woonde in twee kleine kamers en een grote kamer op de eerste etage. 
Ludwig is geboren in een van de smalle zolderkamers in december 1770. De precieze geboortedatum is niet bekend, wel wanneer hij werd gedoopt namelijk 17 december 1770.
Zijn twee peetouders, die bij zijn doping aanwezig waren, zijn Anna Gertrudis Baum, die naast hun woonde in Bonngasse 18, en de hofdirigent Lodewijk van Beethoven (zijn grootvader), die schuin tegenover hun woonde.
Tegenwoordig is het huis waar Beethoven is geboren o.a. een museum, concertzaal en een winkel (Bonngasse 18-26, Bonn).
Bonngasse 18-26, Bonn
In Beethovens jeugd speelde armoede een grote rol. Ook werd zijn jeugd grondig bedorven door de vruchteloze en strenge pogingen van zijn vader om een wonderkind van hem te kweken nadat hij had gemerkt dat de jongen een grote muzikaliteit aan de dag legde. De gebrekkige muzieklessen worden gelukkig door die van bevoegder collega's (zoals Tobias Pfeifer en hoforganist Gottlob Neefe) aangevuld, zodat hij als zevenjarige zijn eerste optreden als pianist kan vieren, op elfjarige leeftijd Bachs Welgetemperd Klavier van buiten kent, en een jaar later Neefe als hoforganist kan vervangen. Zijn vader was geregeld dronken en 's nachts bij thuiskomst - indien hij gezelschap bij zich had - dwong hij zijn zoon uit bed te komen om voor hen piano te spelen. Dit maakte van Ludwig een somber en wantrouwend mens, hoewel hij met zijn extraverte karakter ook luidruchtig vrolijk kon wezen. Zijn gebrekkige algemene ontwikkeling wordt bij adellijke families welwillend bijgeschaafd.

In 1777 ging Beethoven naar het zogenaamde Tirocinium, een lagere school waar Latijn werd onderwezen. Een schoolkameraadje vond dat Beethoven zich onderscheidde van de anderen doordat hij er zo smerig en slordig uitzag. De schoolgang duurde tot 1781. Hij ging niet naar het gymnasium, en genoot verder ook geen algemeen vormend onderwijs meer. Alle tijd werd nu aan de muziek besteed.

De vroege en wat latere jeugd van Beethoven wordt redelijk gedetailleerd beschreven in een manuscript dat nagelaten is door het gezin Fischer dat vanaf 1776 huisgenoot was van de Beethovens. Een paar voorbeelden:

Ook toen Ludwig iets ouder was zag hij er vaak onverzorgd uit. De dochter van de Fischers, Caecilia, zei tegen hem: "Wat zie je er onverzorgd en vies uit. Je moet beter voor jezelf zorgen". Waarop Beethoven antwoordde: "Wat maakt het uit, of ik wel of geen heer word, niemand ziet het".

Beethoven zat eens op de vensterbank van het raam in zijn slaapkamer, met het hoofd in de handen en de blik naar binnen gekeerd. Caecilia stak de binnenplaats over en riep: "Waar kijk je naar, Ludwig?", en kreeg daarop geen antwoord. Later vroeg ze aan hem waarom hij niet op haar vraag had gereageerd, want, zei ze: "Geen antwoord is ook een antwoord". Beethoven repliceerde: "O nee, zo is het niet, neem het me niet kwalijk. Ik werd zo door diepe en schone gedachten in beslag genomen dat ik daarin niet gestoord wenste te worden".

Ludwig van Beethoven                  



               Ludwig van Beethoven





Ludwig van Beethoven                             
Beethoven nam in Bonn in 1779 lessen bij Christian Gottlob Neefe, een hoforganist, die hem in contact bracht met de werken van Bach, Haydn en Mozart. Op elfjarige leeftijd kon Beethoven bijna het gehele Das wohltemperierte Klavier van Bach uit zijn hoofd spelen en schreef hij zijn eerste composities. Op twaalfjarige leeftijd kon Beethoven al invallen voor Neefe als organist en theaterkapelmeester. In 1781 bezocht Beethoven met zijn moeder Rotterdam.
W.A. Mozart, J. Haydn en L.van Beethoven In 1787 gaat Beethoven naar Wenen om bij Wolfgang Amadeus Mozart, die hem een grootse toekomst voorspelt les te nemen. Waarschijnlijk hebben de twee elkaar nooit ontmoet. Beethoven moest namelijk hals over kop terug naar Bonn, omdat zijn moeder op sterven lag.
Op 2 november 1792 maakte Beethoven zich gereed om naar de Oostenrijkse hoofdstad Wenen te verhuizen. Hij kwam op 10 november in Wenen aan. Mozart was elf maanden tevoren gestorven. Op 18 december 1792 overleed Beethovens vader.
Tussen 1792 en 1794, terwijl hij zich inmiddels definitief in Wenen gevestigd had, nam hij lessen bij Joseph Haydn. Maar tussen de twee boterde het niet erg. Haydn was verbaasd over de 'woede' in Beethovens muziek en deed zelfs een poging om de publicatie van een van diens eerste pianotrio's tegen te houden. Beethoven vond dat hij te weinig leerde bij Haydn, en nam in het geheim les bij de componist Johann Schenk, die een betere leraar bleek, omdat deze fouten uit het werk van Beethoven haalde die Haydn - mogelijk uit gebrek aan interesse - over het hoofd had gezien. Dit zou kunnen suggereren dat Haydn toentertijd de grootte van Beethovens talent niet juist heeft ingeschat. Er bestaat echter een verslaglegging van een gesprek tussen Haydn en Beethoven door een zekere Drouet, een fluitist, die dit enigszins tegenspreekt:
Beethoven's instrumenten in het Beethovenhaus te Bonn 'Haydn: U hebt zeer veel talent en u zult nog meer, ja, zelfs verbazend veel meer talent verwerven. Uw fantasie is een onuitputtelijke bron van gedachten, maar... wilt u dat ik eerlijk tegen u ben? Beethoven: Zeker, want ik ben hier om uw mening te horen. Haydn: Goed, u zult meer tot stand brengen dan men tot nu toe deed, gedachten hebben die nog niemand heeft gehad, u zult nooit een mooie gedachte aan een voorschrift opofferen, maar uw grilligheid zal voorschriften terzijde schuiven. U maakt op mij de indruk van een man met verschillende hoofden en harten, van een man die verschillende zielen bezit en... maar ik hoop u niet boos te maken? Beethoven: U zult mij boos maken wanneer u niet doorgaat. Haydn: Omdat u het wilt ga ik door en stel dat er steeds iets ongewoons, ja, zelfs iets verwrongends in uw werken zal zijn. Men zal daarin veel schoons vinden, doch hier en daar ook iets zonderlings en sombers, omdat u zelf nogal somber en zonderling bent. Want de stijl van de musicus is als de mens zelf.'
Een tijdlang leeft hij uit de hand en in de woning van de lokale aristocratie, maar kan zich moeilijk aan de strikte dagindeling houden. Met de meeste collega's kan hij moeilijk opschieten. Uitzonderingen zijn de violist Schuppanzigh, de zanger Vogl, de muziekhistoricus Kiesewetter, de theoloog-violist Karl Amenda en zijn latere biograaf Schindler.
In 1794 komt de keurvorst uit Bonn hem persoonlijk het achterstallige salaris brengen, en van dan al blijft hij in dienst zonder loon tot hij opgeroepen zou worden. Omdat die oproep uitbleef, woonde hij heel zijn verder leven in Wenen.
Het gaat Beethoven materieel zo goed voor de wind dat hij zijn beide jongere broers naar Wenen laat overkomen, en ook de opvoeding van zijn neef Karl op zich neemt. Na enkele grote concertreizen naar Praag, Berlijn en Leipzig volgt een zware klap: in 1796 veroorzaakt een val een scheur in de gehoorzenuw, en alras treden de eerste symptomen van doofheid op.
Een van Beethoven's gehoorapparaat, Beethovenhaus, Bonn
Als volwassen man kreeg hij makkelijk ruzie en kon onredelijk zijn, zelfs tegenover zijn beste vrienden. Maar hij putte zich ook uit om een vriendschap te herstellen als deze door zijn toedoen op de klippen was gelopen. In zijn latere jaren werden de somberheid en het wantrouwen meer uitgesproken door de slechthorendheid die begon in 1801 en die uiteindelijk tot volledige doofheid zou leiden. Hij klaagde ook vaak over zijn spijsvertering. Later heeft men wel eens gesuggereerd dat Beethoven met zijn conflictueuze zielenleven aan een spastische darm heeft geleden, welke door psychische spanningen werd verergerd. Een leverkwaal (levercirrose), waarschijnlijk door overmatig drankgebruik, is tijdens de lijkschouwing, die door Beethoven nog voor zijn sterven bevolen werd, in ieder geval klinisch vastgesteld. Een voor de hand liggende oorzaak voor zijn doofheid kan otosclerose zijn geweest, een kwaal waarbij de gehoorbeentjes in het oor aan elkaar groeien en onbeweeglijk worden. Zekerheid zal waarschijnlijk nooit worden verkregen, want de gehoorbeentjes die tijdens de autopsie werden verwijderd, zijn sindsdien spoorloos.
Ludwig van Beethoven
In 1802 schreef hij zijn 'Heiligenstädter Testament', een testament voor zijn twee broers, Carl en Johann, waarin hij zijn wanhoop uitsprak over zijn toenemende doofheid. Hij schreef onder andere dat hij als doof musicus eigenlijk niet meer wilde leven, maar zich verplicht voelde toch in leven te blijven, om zodoende de wereld van zijn composities te laten genieten.
Tot in 1808 speelt hij nog zelf piano bij concerten.
Rond 1819 was Beethoven totaal doof en kan zich alleen nog duidelijk maken met conversatieboekjes.
De laatste jaren van zijn leven kwakkelde Beethoven serieus met zijn gezondheid. Zijn lichamelijke ongemakken verhinderden hem echter niet om tot enkele dagen voor zijn dood te blijven componeren.
In de herfst van 1826 kreeg hij daar nog een zware longontsteking bovenop na doorweekt thuis te zijn gekomen, omdat hij na onenigheid met zijn broer Johann, die buiten de stad woonde en aan wie hij een bezoek had gebracht, met een open koets naar huis was gereden. Middenin een hevig onweer sterft Beethoven op 26 maart 1827 in Wenen na een tien dagen durende doodsstrijd. Op 29 maart vond onder grote publieke belangstelling de uitvaartdienst plaats in de Alser Kirche, waar Mozarts Requiem werd opgevoerd. Beethoven werd begraven op het Währinger Friedhof. In 1888 werd zijn stoffelijk overschot opgegraven en overgebracht naar het Zentralfriedhof in Wenen.
 Beethoven's graf, Wenen    Beethoven's dodenmasker
Terug naarBeethoven's handenLudwig van Beethoven